Er wordt gemeten met een meetsonde (ook wel meetstift, meetgriffel enz. genoemd) (+ pool). De patiƫnt heeft een grote electrode in een van zijn handen ( - pool). Met het meetapparaat wordt een prikkel afgegeven aan het acupunctuurpunt in de vorm van een gedoseerde meetstroom. Het orgaan, orgaandeel zal op deze prikkel reageren. Zo kan men een indruk krijgen van de energetische toestand van het orgaan, orgaandeel. De meetwaarde is een weerstandsmeting van het punt en wordt weergegeven op een schaal van 0 tot 100. De normwaarde voor de punten op handen en voeten is 50, maar in het algemeen worden waarden tussen 50 en 70 als normaal beschouwd.

Bij een electroacupunctuurmeting wordt van een representatief (door de therapeut bepaald) aantal punten de meetwaarden verzameld. Vervolgens worden de meetwaarden door de therapeut gewaardeerd, waarna met behulp van de resonantietest met medicamenten, nosoden, allergenen e.d. de diagnose kan worden gesteld. Bij het juiste medicament worden de meetwaarden genormaliseerd. Op deze wijze kan niet alleen een diagnose worden gesteld maar kunnen medicamenten buiten het lichaam om worden getest.

Zoals al eerder vermeld is EAV niet alleen een diagnosemethode maar ook een methode voor therapie. Met de meeste EAV-apparaten kan men naast meten ook verschillende soorten stroom toedienen. Hiermee kan energie worden toegevoerd of afgevoerd, toniseren en sederen. Er zijn drie vormen:

  1. Positieve impuls (gelijkspanning), deze puls werkt afladend
  2. Negatieve impuls (gelijkspanning), deze puls werkt opladend
  3. Wisselstroomimpuls, deze puls werkt in principe opladend

De frequentie van de stroom is afhankelijk van het apparaat instelbaar van 0,1 - 19,9 Hz, zowel met wisselende als vaste frequentie. Het opladen is met name van belang om patiƫnten te kunnen meten met een te lage geleidingswaarde.